VAN IJPEREN. i. GUSTAAF DESTUERS. 4 FRANKJES ?S JAARS Nr 420. Negens te Jaar» olitiek. Stads,- Kunst- en Letternieuws. Verseliillige Tijdingen. Markten. Bekendmakingen. PROVINCIALE RIEZING CANDIDAAT DER LIBERALE ASSOCIATIE TAAL EN LIED. Politieke berichten. VOOR ÏJPEREN. Fr. 4-50 VOOR BUITEN STAD. Aankondigingen: 12 cenlimen den regel. Reklamen: 25 cenlimen. v HiHsfi ZONDAG, 22" MEI 1870. lÉfsS Bureel Dixmudeslraat, 39.Alle inzendingen vrachtvrij. VAN DEN 23" MEI 1870. VAN IJ PEREN Zoo als wij in ons nummer van 15" Mei aange kondigd hebben onze Liberale Associatie heeft, in hare zitting van 14" Mei li., M. Gustaaf Desluers van ÏJperen met algemeene stemmen gekozen als candidaat voor de openstaande plaats van lid voor den Provincieraad. Die candidaat wordt binnen en buiten krachtig teegejuichd; trouwens M. Destuers is thans ge noegzaam gekend en wordt van iedereen diep ge acht en bemind. Dat is ook geen wonder, want, niettegenstaande zijne groole fortuin en zijnen hoogen rang, hij is minzaam en vriendelijk met iedereen, zoowel met kleinen als met grooten hij i. is ten allen tijde en op alle plaatsen aansprekelijk, zoowel langs de straat als in zijn kabinet en toont zich immer bereid om aan iedereen dienstig te we zen. Dat zijn van die ingeborene hoedanigheden, vrucht van een edelmoedig hert, die men zoo zel den bij candidatcn ontmoet dat ze wel als een titel mogen opgegeven worden. Vele candidaten zijn dikwijls op hel tijdstip der kiezing zoo vriende lijk en zoo beleefd dat zij er door belachelijk zijn, maar zoodra gekozen is hunne hoogmoed nog wat gerezen en zij leven nog wat meer afgezonderd en wat min aansprekelijk als te voren. M. Destuers heeft alhier reeds bewijzen gegeven van zijne geschiktheid voor het bekleeden van der gelijke posten, met de uitoefening van zijne bedie ningen van Gemeenteraadslid van IJperen en van gewezen Schepene belast met de openbare werken. Hij is bezield met eenen bijzonderen ijver en met eenen loffelijken geest van vooruittreding. Niet alleen als grooten grondeigenaar, maar zelfs als liefhebber slaat hij goed hekend met al de belangen des landbouws onzer streek en zal immer present zijn als er kwestie is die belangen te verdedigen. Zeer menschlievend van inborst hij zal ook gee- ne gelegenheden laten ontsnappen om de lagere en werkende volksklassen te besehermen en alle maat regelen te ondersteunen die moeten behulpzaam wezen om hunnen verstandelijken en stoffelijken toestand te verbeteren. Wat ons betreft, wij vinden dat het eene oogst- gelukkige candidatuur is en wij zijn verzekerd dat menigvuldige kiezers, alhoewel er tot thans toe geen schijn van tegenstand is, hunne goedkeuring zullen willen betuigen met een stembriefje, zijnen naam dragende, in de stembus te komen steken. De ministerieële onderhandelingen voor het herinrichten van het fransch kabinet zijn geëindigd, de Journal ofjiciel kondigt heden, die groote ge beurtenis aan. Drij nieuwe ministers komen op het IJperen, 1869. Yictorien Vande Weghe illllif A~' v TiWTniiiO U-Ul A OOO! m |p|i m O «rara Be taal, die mij als wiegewicht met liet moederzog werd ingedrongen, wier spraak mijn wiegeliederen zongen die taal is de asem mijner longen, mijn zielekracht, mijn hartelicbt. Die taal heb ik als kind geleerd in de ouderwoon, in het vlaamsch geweste, waar nooit eene andere spraak zich veste, waar 't eigen schoon is en als 't beste, door niets dan eigen wordt geëerd 't Was in die taal, dat moeder mij ter kinderbede leerde knielen, dat de eerste zuchten mijner ziele vóór Godes beeld mijn mond ontvielen, een bede zoet als melodij. 't Is in die tale dat ik denk, en leef, en streef, en werk, en droome, dat zangen uit 't gemoed mij stroomen, dat ik den last heb opgenomen der wereld lot als een geschenk. 't Is in die taal dat de eerste zucht der min mij mocht ontglippen, en wen ik uit twee rozelippen den langbeloofden kus mocht nippen, mijn dank was vlaamsch bij 't zoet genucht Mij dunkt dat ik hoor die taal van 't volk in 't schallend lied der nachtegalen, mij dunkt, dal de echo's uit de dalen, van plek tot plek heur klank herhalen, van berg tof. berg, van kolk tot kolk 't Is in die taal dat vader mij gezegd heeft hoe men in 't verleden voor laaien vrijheid heeft geleden, - voor taal en vrijheid heeft gestreden, hoe neergeveld werd dvvinglandij Wraar ik de vlaamsche tale hoof, waar ik een vlaamsche borst hoor zingen, daar voel ik mij den boezem springen, de vreugd, de lust in 't hart mij dringen,— daar hen ik lijf en ziel en oor II. Vol levenslust voel ik mij weeldedronken, wanneer de zang zich met mijn arbeid paart de gaaf des lieds mij door ?t gevoel geschonken, ruil ik veur goud noch schatten van deze aard. Des morgens als de zon met warme stralen door 't vensterraam mij glanzend tegenlacht, spring ik uit 't bed en 'k mag in 't lied Verhalen, den zaalgen droom van gansch een blijden nacht. Denganschen dagkomt 'l lied mijn moed versterken 'k ben als de vogel immer blij te moè het lied verzacht de taak in 't lastig werken, en na de (aak, ik sluit hoopvol de oogen toe. Mijn schoonste lied zing ik aan mijn zoet liefken, wen ik haar wacht des avonds in het groen eri komt zij aan, dan schenkt mij 't. hartediefken voor elk refrein op ieder kaak 'nen zoen. Voor vorst en land, voor vriendschap liefde en vrijheid, voor taal en recht van 't oude vlaamsche kroost ik zing de vreugd, de deugd, 't genot, de blijheid, of klaagt mijn lied, 't is mijner ziel ten troost. Ik zing van van velden, steden, bloemen, vruchten, zoo moedermild ten toon gespreid in pracht die hemel, aarde en zee en ster en luchten begroeten als Gods heerlijkheid en macht Ik vrees der wereld hoon noch nijd, noch laster, mij tergt de twijfel noch de wanhoop niet 'k geloof in God en immer bouw ik vaster mijn hoop in Hem die heil voor weldoen biedt. Als 't winter is, en koude en honger woeden, dan klopt mijn lied aan 's rijken deur en hart; zóó is 't mij zoet ook wees en weêuw te voeden, schoon ik niets bezit dan 't lied der bittre smart. Ik heb mijn lied, de vriendschapen de liefde, wie is er die op aarde meer geniet 't verlies van goud, dat menig mensch soms griefde moet ik niet vreezen, want 'k bezit het niet

HISTORISCHE KRANTEN

De Toekomst (1862 - 1894) | 1870 | | pagina 1