12 een 80, 2 op wijzen dat en te plat De hop den stek (of plant) aan droogten, dan cm. onder eenvormig plantmateriaal, op dezelfde diepte, met dan bekomt men een eenvormig gelijkmatig De afstanden tuschen de rijen zijn van 2 m. tot 2 m. 25, en in de rijen, al naar volgens het gedacht van den planter 1 m. 20. 1 m. 50. 1 m. 60, 1 m. 80, 2 m., 2 m. 10, zegge aller hande maten die er op wijzen dat er onder dat opzicht nog veel anarchie bestaat. Het is te hopen dat in de eerstkomende jaren dat vraagstuk zal opgclost zijn. De planting zelf geschiedt doorgaans, merkan het figuurlijk niet beter noemen. over de halve deurEn nochtans hop planten, is geen aardappels planten. Dit laatste is alle jaren te herdoen, terwijl hop geplant wordt om 10-12 jaren te blijven. De zorg die aan het hopplanten besteed wordt zal gedurende die 10-12 jaar een niet te schatten uitwerksel hebben. Gebruikt men gemeen plantmateriaal, zogers. afleggers enz. en wordt de planting rap. rap uitgevoerd een paar kappen met de houw en het plantmaterial er op goed valle 't uit ingelapt, dan is men zeker van reeds vanaf het bruidsjaar voor een verouderde hopplant te staan, en van vanaf het inleg jaar minstens 100 pond hop per geniet min te oogsten. Dat alle maal doordien men bij het planten enkele daghuren heeft uit gespaard Hoevelen planten hunne hop te ondiep, moet zoo geplant worden dat de kop van ongeveer 10 centimeter onder de grondoppervlakte is; de stek wordt schuin in den put geplaatst en rondom goed met mullige aarde vast omgeven en men bedekt met 2 tot 5 cm. aarde, om dan later half of einde April, volledig aan te hoogen. Alzoo kweekt men zuivere, gezonde hopplanten die gemakkelijk te onderhouden zijn. Zulke jonge planting zal beter weerstaan deze die al te ondiep, met de wortels amper 5-10 den grond, is geschied. Plant men dezelfde zorg, inleg. Dat bij langdurige droogte, begietingen voordeelig zijn, moet niet bewezen worden. Na 3-4 weken zijn de stekken volop in groei en zal men door gepaste teeltzorgen de snelle beworteling ervan, in de hand werken. Daarom moeten de scheuten zoo haast mogelijk rechtop aangeleid worden en niet op den grond blijven rondkruipen.

HISTORISCHE KRANTEN

De Hopboer (1904-1984) | 1938 | | pagina 12