heid van op Als zy eerst de nieuwe maen zagen zeiden de ouderlingenmakende het kruisteeken Een doorn uit myn' handen Een worm uit myn' tanden Ik beveel myn' ziel in Jesus-handen'. De boeren hebben het gebruik ’s zomers, hun huis verlatende, om millioenen zilverwerk te doen komen, dat onmiddelyk in geld zal veranderd worden. Gy zult my voor eenen lofuiter van de Turken nemen, en ik ben het nietmaer men moet regtvcerdig wezen en wanneer men schoone dingen ziet, zeggen dat liet schoone dingen zyn. Mannen van 70, 75 en BOjaren, het voorbeeld aen de jeugd ge vende, rusten zich op hunne kosten uit, ver trekkende zonder gerucht, zonder openlyke betooning, en laten hunne familie achter, die weent, maer zegt: ga! Wat meer is, in al deze opgewondenheid, wordt er geen enkele vreemdeling beledigd, noch gehoond. De Russen zelven doorloopen de bazars zonder een slecht woord te hooren; en dit is eene groote les, die ons door degenen, welke wy met den naem van barbaren be stempelen gegeven wordt. Tot over eene eeuw begonnen de god vruchtige menschen nooit geen werk van belang, zonder voorafgaendelyk een gebed ten hemel gestuerd te hebben, om door den goddelyken bystand een goed resultaet te bekomeu. Voor iedere werking was er een versehillig gebed. De heelmeesters B. V. had den een gebed dat zy God tocstuerden voor alleer zy een arm afzetleden, een ander was bestemd om opgezegd te worden eer zy een been afzetleden, enz., enz. By den boeren stand hadden dezelfde gebruiken plaets. De landlieden hadden voor groote werken by- zondere gebeden, zelfs voor het buiken van een Bienzwsrm dit bestond uit de volgende woorden Koning der biën, daell hier in 't gras Om te ver eer en Bet altaer des Heeren Met honing en was. toegeëigenddat het een uitdelgings- oorlog zal wezen,» bevat een artikel dat duidelyk de lydzame rol aenduidt die Frank- ryk en Engeland thans in de botsing lusschen de turkscheen russische troepen gaen aen- nemen. Het zweerd is uitgetogen zegt het blad, en nu is het oninogelyk den stryd te voorkomen, de eer van beide natiën is er te ver ingewikkeld maer als de heetste opwel ling van het overdreven nationael eergevoel door eene eerste botsing zal gekoeld zyn, is de diplomatie wel beraden weder tusschen te komenom eene verdere bloedstorting te vermyden, cn het zweerd weder in de schede te doen steken, waer het nooit had moeten uitkomen. Le Bays zegt voorts «In allen gevalle er zyn op de Bosphoor-oevers twee magtige, geëerbiedige en vaslberadene natiëndie begeeren dat de kwestie nooit de palen over- schryde waer binnen het belang van Europa en de poogingen der diplomatic gewild hebben dat zy ontschreven bleef. Zoo lang de gezamenlyke inagten van Engeland en Frankryk te Konstantinopel zullenzyn, mag men zeker wezen dat Turkyen geen gevaer loopt eene russische provincie te worden en dat, welkdanig ook de kansen der worsteling zyn, het ottomansche ryk niet het aendeel of het erfgoed der opvolgers van Pieter-den- Grooten zullen wezen. «Den dag dat Rusland duidelyk de ge dachte zou loonenzich van Turkyen meester te maken of er de musulmansche bevolkin gen uil le verdryvenof te vernietigen, weet dit land wel het dan niet alleen Enge land en Frankryk tegen zich zou hebben, maer gansch Europavereenigd in het ge- meenzaem b.-lang van zyn bedreigd evenwigt. Rusland, ten andere, is behendig genoeg om dit te begrypen. De geestdrift, welke onder de Turken heerseht is onbeschryflyk. Het volgende is geschreven door eenen franschcn koopman, die te Konstantinobel verblyft:» Wanneer de opofferingenwelke elk Turk nu doet uitgeput zyn, dan zullen de sultan en de cheik-ul-is-lam (de opperpriester) maer te willen hebben, en zy zullen willen, om uit de moskcëen cn paleizen voor honderde 'lief ons niets had ovcrgclaten onze veld- ilvsschen, buksen, kruidhoorens cn kogel- tasschen ‘alles alles was weg. De kapitein poogde alweder ons op te beuren. Het verlies, sprak hy, «is groot, cn de smart over de slechtheid der menschen cn onze eigene achteloosheid is rcgtmalig; doch wy moeten niet vergeten, dat de dienst "elke Abu bewezen heeft, door ons op den fegten weg t'helpen, meerwaerd is, dan alles l samen wat hy ons heeft ontroofd. Wy zullen nu, eer de avond valt, de oase van denGoud- vloed hebben bereikt. Daer vinden wy reizi gers cn hulp, of wy rusten er uit, cn her stellen ons, en wachten tot er eene karavanc hmnt. Als wy cenmacl daer zyn, dan zyn wy behouden. Maer de stem van Breton klonk nu inder- dacd in eene woestyn. De opeenstapeling van °nze rampen, en de te leur stelling van ons vertrouwen in Abu hadden alle hoop in onze harten, alle krachten in onze geesten ver nietigd. En wie kon verzekeren, dat wy wer- helyk op den goeden weg waren? Wy hiel den ons nu veeleer overtuigd, dat Abu ons tien goeden weg had doen verlaten, om ons dieper en dieper in de woestyn te voe ren, ten einde zeker te zyn van onze dood cn veilig tegen allo vervolging. Deze gedachten vervulden my en gewis ieder onzer; Met eiken moeijelykcn stap, die onze weigerende voeten deden in het wegglydendo ’and, lerwyl wy hel geloof ontdroegen, dat "v vooruitkomende meer cn meer van het leerzen open, en dit gaf hem cenige verlig- ting. Maer zyne beenen waren tot aen du knielt toe hevig gezwollen, hy klaegde over het bonzen in zyn hoofd en men behoefde ook zyne in deze hitte yskoudc en toch met zweet bedekte handen slechts te voelen om overtuigd te worden, dat zyne krachten ge sloopt werden door eene woedende koorts. Ook het aenzien van Gibraillezclf, op welke hy gezeten was, boezemde deernis in. De drooge tong ver uit den bek latende hangen, zwoegende en hygende van afmatting en gebrek, worstelde get arme, gewillige dier, met zynen beklagensweerdigen ruiter, door de brandende zandzee langzaem voort; ter- wyi wy van oogenbliktot oogenblik dachten dat hy zou nederstorten. Dit laetste deed eindelyk Jennyzy kon niet verder, hare krachten waren geheel uitgeput, en zy zonk eensklaps neder. Evelin was tot dusverre tamelyk bedaerd geweest, cn had met ons, veelal zwygend, den togt voortgezet; maer by het nederzinken van Jenny keerde zyne razerny terug. Wat echter de toespraek zelfs van Breton niet op haer vermogt, bragt het schouwspel te weeg van de uitwerking harcr moedeloosheid op den ongelukkige, die haer zoo zeer beminde. Zy deed op nieuw eene nieuw eene pooging om zich te herstellen. Ik had nog een handvol gebrande koffy- boonen by myen verdeelde die tussehen haer en Gibrac. Het kauwen dier bootten verkwikte beiden eenigermate, en na een uer rustens gingen wy weer verder. doel verwvderd raektenwerd de last van ’t leven al zwaerder en ondragelyker. Immers zoo was liet by my gesteld. De smart over hel hulp- en weerloos omkomen in de woestyn, had plaets gemaekt voor het be grip, dat die wyze van sterven niet meer was te verhoeden of aftewenden. De onlydbare werking door brandende sonncstralcn op onze hoofden en krachlelOozc ligchamen de honger, de ontzettende dorst, de ondra- gelykg lerugkaetsing van hel schelle hemel licht op het witte zand, de verschroeijendo stof, die wy met eiken loog inademden, dit alles, gevoegd hy het lyden der ziel, had hy my eene verdooving doen ontstacn, die alle nadenken belette, cn my geheel onver schillig macktc voor hetgeen er nog ge- bueren kon. Veel liever dan my verdere in spanningen te getroosten, hadde ik my ne dergezet, om op de plek, waer ik my bevond te sterven, cn toch hadden Fabre en ik nog het minst te klagen. Veel erger dan de onze, was de toestand van Evelin, Gibrac, de tec- dere Jenny, en zelfs van Breton, die de ge- woone gezellinnen van ecu geklommen leven stramheid en zwaerlyvigheid, in zyn nadeel haden bovendien door het schot van Jussuf, dat Akbar den dood gaf, eene schrampwonde aen den arm had gekregen. Buiten het al gemeen leed werden Fabre en ik door niets anders gekwek, dan door de pynlyke blaren aen onze voeten. Toen wy een pacr uren op weg waren kon Gibrac de smarten, die hy leed, niet langer verduren. Wy tornden zyne moet afgenaeid worden, dan legt men de stof op het tuig het punt waer de naed bc- b’int, seffens onder de platte naeld geplactst, wordende, heeft men ctikclyk de stof te leiden omdat de naelden de afgeteekende l)nen zouden volgen. Het is onverschillig °l de naeld regl, rondloopende of hoeks- I!' 'tyze moet zyn men maekt korte of lange ‘teken naer goeddunken. Met de hand bewogen geeft do machien "GO steken per minnet; werkt men met de ''"■ttreden en het handwiel le gelyk, dan Beeft zy dubbel zooveel steken. Men zegt, dat de naed zeer schoon is. Dit machientje legt kei werk af van 20 handige kleermakers. Men leest in de Batrie van Brugge Verleden jaer heeft de centrale sectie, ge last met het onderzoek van het budjet der openhare werken,sterk aengedrongen, opdat de toestand der landelykc briefdragers zou verbeterd worden en hare aetibeveling heeft op al de banken der kanjer weerklank ge vonden. Hy het naderen van de opening der sessie kouten wy aen de wetgeving het deernis- "eerdig lot herinneren, waerin het budjet die nederige beambten leven doet; hun ge ring dagloon reeds besnoeid door af hou dingen voor hunne kleeding, voor den sabel °l den gaffel die men hun verpligt tedragen is l’eenemacl onvoldoende geworden door de duerle der levensmiddelen er zyn bede- h'ers die een schooner bestaen hebben dan die arme duivels, welke verpligt zyn dage- 1) ks vyf of zes mylen gacns afteleggen, langst ofgryselyke wegen en door regen en wind. Gok is de misnoegdheid onder de briefdra- Gers ten top, en indien men niet spoedig maelregclen neemt, zal er een volkomenc ontmoediging in het korps van die nederige, maer nuttige beambten zyn. Wy hopen dat, dank aen de aenhoudende reklamen der drukpers, van wege het gou vernement of van wege de initiatief van een lid der kamer, er eene stemming zal uitge- bragt worden, die den droevigen toestand der landelykc briefdragers zai verbeteren. Het parysch blad le Bays, by gelegen heid van hel woord door the Times don czar

HISTORISCHE KRANTEN

Het Advertentieblad (1825-1914) | 1853 | | pagina 3